De successen van FC Utrecht: prijzen en uitstekende seizoenen
In dit artikel:
FC Utrecht profileert zich als een volksclub uit de Domstad, met fanatieke aanhang en een levendige thuishaven in de Galgenwaard. De club heeft in de loop van de jaren grote momenten beleefd, vooral in bekermateriaal: drie keer won Utrecht de KNVB Beker, met memorabele finales in 1985, 2003 en 2004.
De eerste bekerzege kwam in 1985 toen de finale – destijds in de Galgenwaard – tegen Helmond Sport pas in de slotseconden werd beslist; John van Loen maakte in de blessuretijd het enige doelpunt. De meest overtuigende triomf volgde in 2003 in De Kuip, waar Utrecht met 4-1 van Feyenoord won. Dat duel kende bijdragen van clubiconen als Jean-Paul de Jong en Dirk Kuijt, terwijl Igor Gluščević kort na rust tweemaal toesloeg. Een jaar later werd de beker succesvol verdedigd: FC Twente werd met 0-1 verslagen dankzij een treffer van Dave van den Bergh.
De bekeroverwinningen leverden Utrecht ook een plek op in de Johan Cruijff Schaal, waarin de ploeg het korte tijd later opnam tegen hun aartsrivaal. Die wedstrijd ontplofte in de slotfase: alle goals vielen in de tweede helft en Utrecht scoorde driemaal tussen de 87e en 91e minuut, waarmee 2004 algemeen wordt gezien als het mooiste seizoen in de clubgeschiedenis.
Op het hoogste nationale niveau bleef het grootste succes uit: Utrecht werd nooit landskampioen sinds de oprichting in 1970 en speelde altijd in de Eredivisie. De beste klassering was een derde plaats in 1981; verder kwamen er enkele vierde plaatsen (onder meer 1991, 2017 en recent) en in de jaren ’90 ook zwakkere periodes met twee 15e plekken. Vanaf ongeveer 2016 profileert de club zich opnieuw als vaste subtopper: in het laatste decennium was plek 7 de laagste eindstand en afgelopen seizoen werd een vierde plaats bereikt. Op dit moment staat Utrecht zevende met nog zes wedstrijden te gaan, waardoor stijgen op de ranglijst nog mogelijk, maar niet eenvoudig is.
De grootste rivaal blijft Ajax, maar Utrecht heeft de laatste jaren laten zien goed tegen die tegenstander uit de voeten te kunnen. Recente ontmoetingen in de Galgenwaard en Amsterdam leverden meerdere Utrecht-overwinningen op; tussen 2010 en nu boekte Utrecht 11 zeges tegen Ajax’s 15 in 34 onderlinge confrontaties, wat de verhouding kleiner maakt dan vaak wordt aangenomen.