"Eerdhuijzen komt dan voor drie ton per seizoen in de boeken"
In dit artikel:
FC Utrecht investeerde deze zomer ongeveer 1,2 miljoen euro in verdediger Mike Eerdhuijzen, afkomstig van Sparta Rotterdam. Deze transfer illustreert hoe voetbalclubs spelers financieren en afschrijven in hun jaarrekeningen. Spelers gelden als investeringen waarvan de kosten over de contractduur worden verdeeld, vergelijkbaar met afschrijving van machines in een fabriek. Eerdhuijzen, met een contract van vier jaar, wordt bijvoorbeeld met circa 300.000 euro per seizoen afgeschreven. Clubs prefereren doorgaans langere contracten van vier à vijf jaar om zowel de transferwaarde te waarborgen als de jaarlijkse afschrijving te spreiden.
Bij FC Utrecht blijft de jaarlijkse afschrijving van spelerskosten al jaren stabiel rond de drie miljoen euro. Dit stabiliteit komt mede doordat de club regelmatig aangekochte spelers na korte tijd weer doorverkoopt, zoals recent het geval was bij Ryan Flamingo, Anastasios Douvikas, Luuk Brouwers en Modibo Sagnan. In vergelijking met FC Twente is de transferlast hierdoor relatief laag; FC Twente noteerde in 2021 nog bijna geen afschrijving, maar dit steeg tot bijna vier miljoen euro in 2024. Door nieuwe aankopen zoals Taylor Booth en Sam Lammers zal deze afschrijving bij FC Twente komende tijd nog verder toenemen.
De cijfers van 2019 tot 2024 laten zien dat FC Groningen en SC Heerenveen een stijgende lijn in afschrijvingen vertonen, met FC Groningen die in 2023/24 op 5,16 miljoen euro uitkomt en SC Heerenveen op 3,94 miljoen. FC Twente steeg in dezelfde periode van 0,61 naar 3,89 miljoen euro, terwijl FC Utrecht relatief constant blijft tussen 2,59 en 2,94 miljoen euro. Deze data benadrukt het verschil in transferbeleid en financiële strategieën tussen Nederlandse clubs.