FC Utrecht bespaart enorm op loonkosten
In dit artikel:
FC Utrecht was deze winter flink actief op de transfermarkt: naast aankopen vertrok een reeks spelers, waaronder drie van de hoogstbetaalden uit de selectie. De opvallendste uitgaande namen zijn Derry Murkin, Noah Ohio en Davy van den Berg.
Noah Ohio, vorig jaar zomer voor circa €1 miljoen overgenomen van Standard Luik, leverde sportief weinig op in de Eredivisie (meestal invaller) maar was productief bij Jong FC Utrecht (9 goals in 8 duels). Hij vertrok op huurbasis naar Real Valladolid (tweede niveau Spanje). Financieel zat er meer impact: Ohio verdiende met basissalaris en bonussen rond €980.000 per jaar en behoorde daarmee tot de topverdieners.
Davy van den Berg, deze zomer afkomstig van PEC Zwolle, verhuisde op huurbasis naar Luton Town. Hij kwam dit seizoen ook weinig in actie (negen wedstrijden, meestal als reserver) en zat qua salaris met circa €737.500 inclusief bonussen in de top zes. Voor zowel Ohio als Van den Berg geldt dat de nieuwe clubs een optie tot koop hebben; hun Estimated Transfer Values zijn respectievelijk ongeveer €1,3 miljoen (contract tot medio 2027) en €1,6 miljoen (contract tot 2028).
Derry Murkin leidt de lijst: afgelopen zomer voor €1,2 miljoen overgenomen van Schalke 04, maar na een halfjaar verkocht aan Derby County voor circa €2 miljoen, waarmee Utrecht winst boekte. Murkin had een hoge salarispost (bijna €1,2 miljoen basis, totaal circa €1,47 miljoen).
Door deze uitgaande transfers — met zowel een verkoopopbrengst als aanzienlijke loonbesparing — versterkte Utrecht zijn financiële positie. Sportief blijft de opdracht groot: de club staat momenteel twaalfde op de ranglijst en moet zich op het veld herstellen.