Over het "nieuwe stadion" en hoe alles en niks gaat veranderen.

zondag, 8 maart 2026 (22:14) - FCUtrecht.net

In dit artikel:

In december 2023 nam FC Utrecht officieel het stadion terug in eigen beheer; de club kondigde trots aan dat de naam Stadion Galgenwaard gewaarborgd was. De euforie onder supporters werd echter deels misleid door de deal die tegelijkertijd ruimte maakte voor grote vastgoedpartijen: veel grond onder en rond het stadion komt in handen van investeerders zoals Jongerius Invest. Waar het publiek vooral aandacht kreeg voor de naam, lagen de financiële belangen bij anderen.

Op een zogenaamde participatieavond voor supporters in december 2024 werden veel sfeerplaatjes en artist impressions getoond: dichte hoeken, 5.000 extra zitplaatsen en vier woontorens rondom het stadion. In de praktijk bleek die avond een teleurstelling. De tafels werden gedomineerd door gebiedsontwikkelaars en vastgoedadviseurs; FC Utrecht was nauwelijks vertegenwoordigd, op één moment door Edo Keuning toen financieel directeur, die vooral over cijfers rept en nauwelijks over stadionbeleving. Een ingehuurde stadionexpert (firma Draaijer) maakte weinig indruk en kon niet overtuigend vertellen hoe de beoogde verbouwing de fanervaring zou verbeteren.

Concrete verbeterplannen voor het stadion ontbreken nog steeds. Supporters klaagden terecht over bekende pijnpunten: extreem lange wachttijden bij toiletten (voorbeeld Bunnik-tribune: veel te weinig urinoirs voor duizenden bezoekers), beperkte horeca en sfeerloze ondergrondse concourses buiten de SV-vakken, en te weinig toegangspoortjes die het op tijd naar binnen komen bemoeilijken. In plaats van een ambitie om deze basisproblemen op te lossen en tegelijkertijd innovatieve, fangerichte voorzieningen te creëren (meer horeca met zicht op het veld, een omloop, een fanplein binnen de hekken of terrassen in de hoeken), lijkt de focus vooral op het maximaliseren van woonvierkante meters te liggen.

Sinds de participatieavond is weinig vooruitgang geboekt. In maart 2026 heeft de Utrechtse gemeenteraad groen licht gegeven voor de vier woontorens; de bouw wordt uitgesmeerd over een periode van zo’n 10–15 jaar. Dat betekent jarenlang voetbal kijken te midden van een bouwput, met alle negatieve gevolgen voor toegang, parkeren en verkeersveiligheid. De beloofde 5.000 extra zitplaatsen staan ook ter discussie: in de hoeken staan forse draagkolommen die zichtlijnen belemmeren en waarvan het weghalen extreem kostbaar is. Het staat niet vast wie die extra miljoenen voor structurele veranderingen gaat ophoesten.

De schrijver wijst op een breder risico: met de gekozen opzet loopt FC Utrecht het gevaar vast te lopen qua toekomstige uitbreidingsmogelijkheden en commerciële exploitatie. De woontorens kunnen straks letterlijk in de weg staan van latere groei. Ter vergelijking wordt FC Twente genoemd, dat succesvol inzet op betere stadionbeleving en horeca en daardoor miljoenen per jaar aan cateringinkomsten genereert — soms meer dan de netto transferopbrengsten. Dat voorbeeld illustreert dat goede horeca en voorzieningen niet louter ‘leuk’ zijn, maar structureel bijdragen aan inkomsten en aantrekkelijkheid.

Kortom: de huidige ontwikkeling voelt alsof de club meer vastgoedorganisatie dan voetbalclub is geworden, waarbij supporterservaring ondergeschikt raakt aan winst voor ontwikkelaars. Er was een belofte van een supportersklankbordgroep, maar zolang daar geen concrete opvolging en echte inspraak op ontwerp en planning op volgt, verandert er weinig. De oproep aan FC Utrecht is helder: toon meer openheid, luister daadwerkelijk naar fans en maak bij de verbouwing van de Galgenwaard keuzes die zowel de financiën als de fanbeleving dienen — anders blijft er vooral een langdurige bouwput over met weinig perspectief op echt verbetering.